Zompig, onaf, gistend
Onder de oppervlakte schilderen. Is dat mogelijk of is het een pretentieuze illusie? De inzet kan niet anders dan hoog zijn, anders kunnen we net zo goed kruiswoordraadsels gaan oplossen. Het is een eenzaam gebeuren daar in het atelier, en als je niet oppast, wordt het nog egomaan ook. Als kunstenaar zoek je naar onbetreden paden en weet je bij god niet waar je naartoe gaat. Dat klinkt als een romantisch verkooppraatje; is het misschien ook wel. Maar in alle vertwijfeling voelt dit toch heel reëel aan.
Laatst staarde ik in een modderpoel in mijn geliefde bos, waar ik al tientallen jaren wandelingen maak. Daar staar ik graag in. Een ondoordringbaar wateroppervlak waaronder van alles gist. De roerloosheid is iedere keer weer overrompelend. Het zet de tijd letterlijk stil, omdat de processen traag zijn. Een wereld van verrotting op zich. Het water zo donker dat alles zich erin kan spiegelen. Misschien is dat de aantrekkingskracht ervan. Waar je naar kijkt, dat is niet te zien. Gesloten als een deur. Kan je alleen maar naar gissen, zoals dat treffend heet. Maar de wereld rondom wordt gespiegeld. Scherp en donker. Bedoel ik dat met onder de oppervlakte schilderen?
Het zijn overpeinzingen tijdens het maken van een serie kleine schilderijen. Met grote titels als Immortal, Invisible en Le réveil mortel. Ik bekommer me steeds minder om helderheid. Lang geleden parafraseerde ik Wittgenstein door te stellen dat alles wat geschilderd kan worden, helder geschilderd kan worden. Dat komt me nu haast aanmatigend voor. Totaal ongepast in een wereld van dood en verderf. Dan is die modderpoel in het huidige tijdsgewricht een betere metafoor. Dat wat we kunnen schilderen, schilderen we zompig en onaf. Het is een toon die gepaster aanvoelt. Laten we zien wat er onder dat oppervlakte borrelt. Het zegt wellicht meer over wie we nu als mens zijn.
Swampy, unfinished, fermenting
Painting beneath the surface. Is that possible, or is it a pretentious illusion? The stakes have to be high; otherwise, we might as well be solving crossword puzzles. It’s a lonely affair there in the studio, and if you’re not careful, it becomes egomaniacal. As an artist, you search for untrodden paths and you have no idea where you’re going. That sounds like a romantic sales pitch; perhaps it is. But in all the despair, it feels very real.
Recently, I stared into a mud puddle in my beloved woods, where I’ve been walking for decades. I love staring into it. An impenetrable surface of water beneath which everything ferments. The stillness is always overwhelming. It literally stops time, because the processes are slow. A world of decay in itself. The water so dark that everything can be reflected in it. Perhaps that’s its allure. What you look at is invisible. Closed like a door. You can only guess, as they aptly say. But the world around you is mirrored. Sharp and dark. Is that what I mean by painting beneath the surface?
They are musings while creating a series of small paintings. With grand titles like Immortal, Invisible, and Le Réveil Mortel. I’m increasingly less concerned with clarity. Long ago, I paraphrased Wittgenstein by saying that everything that can be painted, can be painted clearly. That now seems almost presumptuous to me. Totally inappropriate in a world of death and destruction. That mud pool is a better metaphor for the current era. What we can paint, we paint swampy and unfinished. It’s a tone that feels more appropriate. Let’s see what’s bubbling beneath that surface. It perhaps says more about who we are as human beings today.